include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for Van de ridder, de monnik en de heks by , available in its entirety at Smashwords

Van de ridder, de Monnik en de heks



Published by Frans Bonnier at Smashwords


Copyright 2019 by Frans Bonnier

Cover design: Frans Bonnier

Copyright cover images: Pixabay

ISBN:  9780463129487


Smashwords Edition, License Notes


Thank you for downloading this ebook. This book remains the copyrighted property of the author, and may not be redistributed to others for commercial or non-commercial purposes. If you enjoyed this book, please encourage your friends to download their own copy from their favorite authorized retailer. Thank you for your support.


Dank u voor het downloaden van dit e-book. Dit boek blijft eigendom van de auteur en mag niet worden verspreid voor commerciële of niet commerciële doelen. Vond u dit verhaal leuk? Stelt u dan a.u.b. vrienden en/of familie voor om een eigen exemplaar te downloaden.


Van de ridder, de Monnik en de heks


Ridder Koen was groot en sterk met wapen en een schild.
Hij was ook knap en daarom bij de vrouwen zeer gewild.
Men had aan hem een grote als beschermer van het land.
In blinkend harnas reed hij op zijn paard, heel imposant.


Reed hij door het land, dan waren boeren meestal niet zo blij.
De hoeven van zijn paard door hun gewas gaf averij.
Gelukkig zagen boeren deze ridder niet zo veel,
Want ridder Koen verbleef meestal alleen op zijn kasteel.


Hij was daar wel wat eenzaam en hij dacht vaak aan een vrouw
Vol goedheid en vol liefde, waarmee hij zich huwen wou.
Hij zag vaak jonge dames, maar gewogen en gewikt,
Leek geen der jonge dames als partij hem goed geschikt.


Op een dag kreeg hij van Dirk de Derde een verzoek.
Graaf Dirk verwachtte hem op zijn kasteel voor een bezoek.
Daarop vertrok de ridder zonder aarzelen onversaagd
En ging naar Vlaardingen, zoals de graaf hem had gevraagd.


Graaf Dirk de Derde sprak tot hem: ‘het zit mij heel niet mee.
Mijn Friese Volk verliest steeds gronden aan de binnenzee.
Bij elke storm vreet het Aelmere een stukje van mijn land
Ik denk dat het geen toeval is, er is iets aan de hand!


In Egmond zei een monnik uit het klooster tegen mij:
Dat hij dacht dat er sprake was van vuige hekserij.
Een schone vrouw in ’t noorden uit het kleine plaatsje Hoorn
Was volgens hem de oorzaak van Gods’ vreselijke toorn.


Daarom verzoek ik jou om nu direct naar Hoorn te gaan,
om met Gods’ hulp de hekse in de boeien te doen slaan.’
Ridder Koen bad tot de Heer en ging meteen op pad.
Diezelfde dag verliet hij nog des Gravens grote stad.


Onderweg naar Hoorn zag hij opeens een groot bezwaar.
De heks kan daar wel wezen, maar hoe herken ik haar?
Daarop besloot de ridder eerst naar Egmond toe te reizen.
Wellicht was daar de monnik die hem op de heks kon wijzen.


In Egmond aangekomen deed hij daar het klooster aan
En vond al gauw de monnik die hem aanbood mee te gaan.
‘Een heks is zeer gevaarlijk!’ sprak de monnik tot hem zacht
‘Met mij erbij geeft God ons vrijwel zeker heel veel kracht.’


De Monnik droeg als relikwie een prachtig gouden kruis
Dat zou hem goed beschermen tegen heksen en gespuis.
Het gouden kruis was ooit van vader Willibrord geweest,
Dat gaf het kruis zijn binding met de grote goede geest.


De ridder droeg zijn harnas en zijn wapen en blazoen,
Zodat een ieder zag: hier rijdt de koene ridder Koen!
Zijn zwaard bleef in de schede, want niemand voert graag strijd
Met een zo sterke ridder, die fier zijn paard berijdt.


Zo reden zij gezamenlijk door het natte Friese land
Met zijn tweeën gingen zij voor niemand aan de kant.
De monnik op zijn ezel met zijn lange witte baard,
De ridder heel wat hoger op zijn imposante paard.


Tussen Egmond en Hoorn, daar lag toen menig plas.
Het land was te omschrijven als een waarlijk groot moeras.
De wegen waren slecht en smal en liepen zelden recht.
De monnik kwam zelfs bijna in een vieze sloot terecht.


Zij kwamen langs Allecmere en gingen er ter kerk
Om te bidden om Gods’ hulp en te danken voor Zijn werk.
De monnik stelde voor: ‘we slapen in de pastorie
Da’s veilig voor ons zielenheil en voor het relikwie.’


Zij trokken daarop door naar Hoorn, een dorp toen nog zeer klein
De monnik zei tot ridder Koen: ‘hier moeten we dus zijn.’
Een kerk en twintig huizen, dat was het dorp toen groot.
Het had ook nog een haven, gevuld met slechts één boot.


Toen vroeg de ridder aan zijn maat waar dan die heks wel was?
De monnik zei hem: ‘heb geduld, we zijn hier nog maar pas.
Eerst zoeken we een eethuis en een bed voor deze nacht.
Dan vragen we het morgenochtend vroeg wel aan de wacht.’


De dag daarop zo wees de wacht het heksenhuisje aan.
Het lag een stukje buitendijks, niet ver van Hoorn vandaan.
‘Die vrouwe moet een hekse zijn!’ zo sprak de wacht heel boud.
‘Haar man is heel vroeg dood gegaan, ze waren net getrouwd!’


De monnik sprak tot ridder Koen: ‘ridder doe je werk.
Dan zal ik ondertussen voor je bidden in de kerk.’
De ridder trok zijn zwaard en joeg zijn paard tot in galop
En reed een weinig later reeds het kleine terpje op.


Op het terpje stond het huisje en binnen brandde licht,
Maar de deur van ’t kleine huisje zat nochtans stevig dicht.
Ridder Koen ging er naar toe en steeg er van zijn paard
Met in zijn ene hand zijn schild en in zijn andere zijn zwaard.


Toen riep hij dapper en heel hard: ‘je moet nu open doen!
Het moet in opdracht van de graaf; ik ben zijn ridder Koen.’
Er verscheen hem toen een deerne met een van angst vervuld gelaat.
‘Toe ridder’ sprak ze zacht tot hem. ‘Alstublieft, doe mij geen kwaad.’


Koen wond er geen doekjes om en zei haar onomwonden:
‘Je wordt gezocht voor hekserij, graaf Dirk heeft mij gezonden!’
De deerne zei: ‘ik ben geen heks; ik heb geen kwaad gedaan.’
Uit haar ogen rolde zacht een glinsterende traan.


Ridder Koen bleef onder haar gesmeek niet onbewogen.
Wat had ze prachtig krullend haar en mooie blauwe ogen!
‘Toe ridder,’ sprak ze zacht tot hem. ‘Treed binnen in mijn huis.
En zie boven mijn deur, daar hangt een corpus aan een kruis.


Daar naast hangt ook wat knoflook. Samen tonen zij u aan,
Dat in mijn huis noch heksen en noch duivels zullen gaan.’
Moedig trad hij binnen, door de deerne vergezeld
En zag tot zijn genoegen, dat zij de waarheid had verteld.


Gerustgesteld vroeg ridder Koen de deerne om haar naam.
Hoe was ze hier gekomen, zo allenig, … zo eenzaam…
‘Mijn naam is Theudesinda en ik ben ver afgestamd
Van wijlen koning Radboud, de koning van Friesland.


Mijn moeder was Gertruida, in opspraak geraakt,
Omdat zij onverhoeds door onze bisschop was geschaakt.
Toen ze zijn kind verwachtte, zei de bisschip: ‘jij moet gaan.’
Hij gaf haar toen dit huisje, heel ver bij hem vandaan.


Hij gaf haar ook wat gronden, dat zag hij als zijn plicht.
Hij vroeg haar te ontginnen, deze gronden van het Sticht.
’t Is slechts een jaar geleden, dat mijn moeder mij ontviel.
Daarna stierf ook mijn lieve man, God hebbe beider ziel.


Graaf Dirk zond daarop een gezant: ‘die gronden zijn van mij!’
Waarschijnlijk geeft hij mij daarom de schuld van hekserij.
Hij ziet het liefst mijn huisje en mijn leven afgebrand,
Dan kan hij tot zich nemen, mijn pas ontgonnen land.’


Ridder Koen vroeg door en door, hij wilde alles weten.
Uren later waren ze zelfs samen aan het eten.
Toen nog wat later ridder Koen ten slotte wilde gaan,
Zag hij tot zijn grote schrik rond ‘t huisje water staan.


De deerne zei: ‘het water is hoog, u kunt niet naar de wal.
Het zal nog uren duren eer het water zakken zal.’
Zo moest de ridder blijven en nam zijn lot een wende
En bleef hij langer dan gedacht, bij wie hij slechts kort kende.


De ridder ging pas terug naar Hoorn bij ‘t eerste ochtendlicht.
Hij was toen voor de charme van de deerne reeds gezwicht.
Hij zocht aldaar de monnik op en zei: ‘het is niet waar.
De deerne is onschuldig, het is mij zonneklaar.


Ze heeft mij goed ontvangen en mij haarfijn uitgelegd,
Wat graaf Dirk zijn plannen zijn, als hij haar heeft berecht.
De deerne is heel aardig en ook een mooie vrouw
En naar mijn overtuiging, is zij ter goede trouw.’


‘Ho, ho,’ zo sprak de monnik. ‘Breng mij dat jonge wicht.
Ik wil dat zelf bepalen, recht voor Gods’ aangezicht.
Zij moet ter kerke komen en doen bij mij de biecht.
Dan zal snel duidelijk worden in hoeverre of zij liegt.’


Ridder Koen reed terug naar haar. De deerne was gedwee.
Vertrouwend op haar ridder Koen ging zij toen met hem mee.
De monnik nam haar mee ter biecht en Koen mocht hen niet storen.
Hij mocht niet wachten in de kerk, opdat hij niets kon horen.


De biecht, het werd een lang verhoor, de monnik nam de tijd.
Hij wilde alles weten, ondervroeg haar uitgebreid.
Terwijl hij vroeg en vroeg, hield hij zijn gouden kruis omhoog,
Zodat hij het zou weten, als de jonge deerne loog.


Toen trok hij een conclusie en sprak de deerne vrij.
Bewijs kon hij niet vinden voor vuige hekserij.
Doch hij vond wel wat zonden, die de deerne had begaan,
Dus zou ze moeten boeten, voordat ze weer kon gaan.


Ter plekke had de monnik voor haar een straf bepaald.
Ze mocht pas weer vertrekken, als zij die had betaald.
Met pijn in ’t hart en diep beschaamd, nam zij zijn voorstel aan
En heeft wat hij verlangde, met tegenzin gedaan.


De ridder wachtte buiten, dat wachten duurde lang.
Na uren eenzaam buiten staan, werd hij een beetje bang.
Zou er iets gebeurd zijn? Dacht hij met angst en beven.
Heeft zij dan toch wel iets gedaan, dat God niet kan vergeven?


Het was al bijna avond, toen zij weer voor hem stond.
Hij zag aan haar gezicht, zij was geestelijk gewond.
Ze keek slechts strak naar voren en toonde diep berouw.
Wat was er toch gebeurd met deze mooie lieve vrouw?


Hij ging toen naar de monnik en zei: ‘zeg mij eens snel,
Wat is er met de deerne, gaat zij soms naar de hel?’
De monnik zweeg een tijdje en zei toen licht ontstemd:
‘Wat bij de biecht gebeurt, is voor geen enkel oor bestemd!’


De ridder ging naar buiten, de monnik bleef alleen.
Ridder Koen liep doelbewust naar Theudesinda heen.
Theudesinda schreide, was ook een beetje boos.
Ze zei: ‘ik voel me slecht en bijkans waardeloos.’


Koen wilde haar graag troosten en vroeg haar: ‘trouw met mij!
Voor mij bent u belangrijk, uw schoonheid maakt me blij.
Kom mee naar mijn kasteel,’ sprak hij verliefd tot haar.
‘Ik ben niet alleen een ridder, maar ook nog handelaar!’


De deerne liet zich troosten, beloofde hem haar hart.
Een ridder en een handelaar, een goede nieuwe start!
Zij keek hem in zijn ogen en gaf hem toen een zoen
En was niet heel veel later de vrouw van ridder Koen.


Ze volgde hem naar zijn kasteel en was zeer in haar sas
En na een maand zei zij tot hem, dat zij reeds zwanger was.
Van de opdracht van de graaf wilde Koen niets meer weten.
Hij hoopte dat de graaf des ridders opdracht was vergeten.


De graaf kwam het ter ore en werd van toorn vervuld.
’t gedrag van ridder Koen werd door de graaf geenszins geduld.
De ridder had bij hem toch een belofte afgelegd?
Nu deed de ridder eigenwijs totaal niet wat gezegd!


Eerst liet hij hem ontbieden, doch graaf Dirk had pech,
Want wat hij ook probeerde, ridder Koen bleef weg.
Hij wilde wat verzinnen en hield thuis ruggespraak.
Hoe kon hij laten voelen deze ridder zijnen wraak?


Zijn vrouwe Othelhilde kreeg toen een goed idee.
‘De ridder heeft veel handel en die gaat over zee.
Daartoe heeft hij veel schepen met goud op de rivier.
Die loopt hier voor de deur, ze moeten dus langs hier!


We houden vanaf nu een ieder scheepje aan
En als veel tol betaald wordt mogen die verder gaan.
Zo treffen we de ridder met het heffen van de tol
En krijgen we bijkomstig onze schatkist lekker vol!’


Aldus werd het besloten, ze vingen heel veel geld
En wie niet wou betalen, dreigden ze met geweld.
De rijke handelaren, ze klaagden steen en been
En gingen met hun klachten naar Utrechts’ bisschop heen.


De bisschop vroeg de graaf te stoppen met de tol
‘Je remt daar alle handel, je maakt het veel te dol!’
Graaf Dirk en Othelhilde dachten: je kan me wat.
Wij gaan nu echt niet stoppen met vergaren van de schat!


De bisschop riep ten einde raad de keizer toen te hulp.
Hij dacht: nu kruipt die graaf toch wel een keertje in zijn schulp?
De keizer was ontstemd en schreef de graaf een boze brief.
Hij moest direct gaan stoppen met des handels ongerief.


Als de graaf niet stopte, dan was hij tot zijn spijt
Zijn burcht, zijn landerijen en ook zijn rijkdom kwijt.
Graaf Dirk deed toch niet wat gezegd, dat was hem veel te veel
en heeft zich met zijn leger toen verschanst op zijn kasteel.


De keizer werd heel boos en dacht: dit kan zo echt niet gaan!
Ik stuur hem nu een troepenmacht en Godfried voert hen aan.
Uit Keulen, Luik en Utrecht nam die hertog troepen mee.
Zo kwam de slag bij Vlaardingen, het werd een groot mêlee.


Graaf Dirk wist het te winnen via een hinderlaag.
Godfried en zijn soldaten kregen een flink pak slaag.
Graaf Dirk de Derde won daarbij een rijkelijke buit.
Hij breidde toen zijn landbezit ver naar het oosten uit.


Hoe was het ondertussen met ridder Koen gegaan?
Hij vond met Theudesinda een best wel goed bestaan.
Ondanks de hoge tol, had hij geen last van Dirks’ toorn.
Hij bracht zijn hele handel naar het kleine plaatsje Hoorn.


Voor Hoorn kwam dit goed uit; het plaatsje werd snel groot.
Naast schepen van de ridder, kwam daar toen menig boot.
Ondanks verlies van gronden aan de wijde binnenzee,
Zat het dat handelsplaatsje verder financieel wel mee.


De komst van ridder Koen, het bleek een grote zegen.
Later heeft het plaatsje Hoorn zelfs stadsrechten verkregen!
De haven die eerst plaats bood aan een enkele kleine boot,
Werd later de thuishaven van Hollands handelsvloot!


Ook met zijn familie ging het Koen eerst voor de wind;
Zijn vrouw schonk hem in korte tijd een prachtig eerste kind.
Het kind dat groeide krachtig en het was goed gezond
En keek na enkele weken al nieuwsgierig in het rond.


Het kind werd heel snel groter en kon al weldra staan.
Vol trots keek ridder Koen daarop de kleine dreumes aan.
Verbaasd sprak hij toen tot zijn vrouw, de lieve jonge moeder:
‘Wat lijkt ons kind toch eigenlijk verdacht veel op de broeder!’


Zijn vrouw keek hem vertwijfeld aan en zei: ’t is zo gekomen:
De monnik heeft Gods’ water over mijn akker laten stromen.
Hij zei dat ik gezondigd had en dus terecht moest staan,
Maar dat alles goed zou komen, als ik hem liet begaan.’


Ridder Koen was woedend en hij zocht de monnik op;
Verkocht hem eerst een flink pak slaag en gaf hem ook een schop.
Hij gooide toen de monnik van de kerk af naar beneden.
De monnik brak zijn nek en is daaraan toen overleden.


Ridder Koen besefte: hij had een broedermoord begaan!
Hij is toen met zijn vrouw en kind naar een ver land gegaan.
Men zag hen nooit meer terug en is hen toen vergeten.
Nu zijn er haast geen mensen meer, die dit verhaal nog weten.


###



Verantwoording


Dit verhaal is eerder gepubliceerd in: Zwaarden van knoflook. Godijn publishing, 2015, ISBN 978-94-92115-04-1. Het was onderdeel van een schrijfwedstrijd, waarvan de beste verhalen in het boek gepubliceerd zouden worden. Verhalen moesten tussen 2500 en 3000 woorden tellen en middeleeuwse feiten moesten kloppen.


Met een inzending op rijm wilde ik de middeleeuwse sfeer weergeven, zoals bijvoorbeeld in ‘Van den Vos Reynaarde’ en ‘Floris ende Blancefleur’. Het verhaal zou door een troubadour kunnen worden gezongen. De geschiedenis van ridder Koen zelf is verzonnen, maar veel middeleeuwse feiten kloppen wel:

  • De macht van de adel en de geestelijkheid (1)

  • De groei van het Aelmere tot de uiteindelijke Zuiderzee (2,3,6)

  • De opkomst van steden (3)

  • Volgens Friese legendes is Hoorn in 716 gesticht en later door overstromingen op een andere plaats terecht gekomen (3). Er zou dus rond 1000 een dorp Hoorn geweest kunnen zijn.

  • Het conflict tussen graaf Dirk III en de bisschop van Utrecht (4,5)

  • De slag bij Vlaardingen in 1018, waarbij de door de Duitse keizer gestuurde hertog Godfried de Kinderloze een nederlaag leed (4,5)

  • Ontginningen in Westfriesland en de aanleg van terpen en dijken (1,3,4,5)


Bronnen:

  1. Anders, Folkert. Nederland in de vroege middeleeuwen (900-1200). http://www.geschiedenis.nl/index.php?go=home.showBericht&bericht_id=3323

  2. Anonymous, 1983. Bosatlas van de wereldgeschiedenis. Wolters-Noordhoff Atlas Productions. Groningen, The Netherlands. ISBN 9001121276.

  3. Geschiedenis Hoorn. http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoorn_%28Noord-Holland%29

  4. Graaf Dirk III van Holland. https://nl.wikipedia.org/wiki/Dirk_III_(graaf)

  5. Nieuwenhuijsen, Dr. Kees, 2010. De slag bij Vlaardingen (1018). Terra Nigra 176: 32 – 50. http://www.keesn.nl/vlaard/index.html

  6. Zuiderzee: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zuiderzee


Ander werk van F.J.M. Bonnier


De poortwachter, 2018. ISBN 9780463440766, https://www.smashwords.com/books/view/892497


De dryade van Reros, 2018. ISBN 9780463441206, https://www.smashwords.com/books/view/900078


Download this book for your ebook reader.
(Pages 1-12 show above.)